Het Paulushofje te Etten-Leur

 Terug naar vorige pagina

Een bericht uit het jaar 1942

Binnen de muren heeft de tijd stilgestaan.

Het marktplein te Etten ligt in een milde voorjaarszon, die de sneeuwbergen langzaam tot waterlinies maakt en waarachter de huizen onneembaar lijken. Als rechtgeaarde bewoner van een waterland waden we echter dapper door de papperige wegbedekking. Zo nu en dan dankbaar gebruikmakend van een "eilandje".

Het is er stil op deze vroege middag in Maart en er heerst een dorpse rust. Deze wordt slechts verbroken door het geblaf van trekhonden onder huiskerende groentekaren en de doffe slag van materialen tussen de staketsels van een nieuwbouw. Etten geneest stilaan van de wonden, welke het oorlogsgeweld hier en daar in de fraaie structuur van zijn dorpsplein heeft geslagen. Vele huizen zijn weer herbouwd, andere staan in de steigers. Zo worden de hiaten in het dorpsbeeld geleidelijk aangevuld en krijgt de kom weer haar gewone aanzien.

Merkwaardig is het, dat men dit gewone aanzien zelden nauwkeurig beschouwt. Juist omdat het zo gewoon is misschien. Nu we echter van het rechte pad waren afgeweken, op zoek naar doorwaadbare plaatsen om van de kerk naar de overkant te geraken,bevonden we ons eensklaps tegenover een buitengewoon schilderachtig "geval". Een doorkijkje,waarop onze zeventiende-eeuwse schilders jaloers geweest zouden zijn.

Het St. Paulushofje te Etten is ongetwijfeld een der fraaiste en best bewaarde hofjes, die wij tot nog toe in Brabant zagen. De toegang wordt gevormd door een boogpoort - in 1935 schoon gerestaureerd - waarboven een gevelsteen met ornamenten prijkt. Met enige moeite gelukte het ons de reeds weer door de elementen aangetaste letters op de steen te ontcijferen:

"Ter eere Godts en van Godts uytverkoren Vat St. Paulus, tot gebruyk van dertien arme vrouwen. H. Joost de Nobelaer dit Godtshuis heeft doen bouwen. Gelijk vrouw Beatrix van Heussen eertijds hadt zijn soon heer Jan Louis belast bij codicilie, die synde door den doodt van dat te doen belet, voldeed syn vader dus aen beyder goeden wille en gaf de grondt van 't syn waerop het is geset". In Romeinse cijfers volgt dan het jaartal 1681 en voorts de naam Pomane.

De nobele traditie, door Heer Joost de Nobelaer ingesteld, eerbiedigt men tot op de huidige dag. Dertien alleenstaande,veelal behoeftige vrouwen mogen hier van gemeentewege tegen geringe vergoeding wonen. Na bijna drie eeuwen schijnt er nog haast niets veranderd te zijn. De hoge muur met de poort vormen een strenge afsluiting met het heden. Daarachter is vleugelslag van de tijd een stil, gelijkmatig drijven geworden.

Wij betraden de binnenplaats met een mengeling van verwondering en welbehagen in ons. Verwondering om het feit, dat men in een eeuw als de onze nog zulke rustieke woonoorden kan aantreffen. Een welbehagen om de welhaast zuiver zeventiende-eeuwse sfeer, die men hier ademt. Het is alsof de poort met de karakteristieke kijkvenstertjes het wegsnappen van ook maar een vleugje "Vermeerstemming" belet.

De monumentale pomp in het midden van het pleintje met de rijke smeedijzeren krullen, verhoogde de suggestieve werking van deze omgeving.

Zestien gelijkvormige huisjes stonden met hun netgesloten gordijnen om ons heen, als oude verweerde gezichten,even uit de plooi gebracht door het aanschouwen van iets ongewoons. Wellicht kan ons journalistieke nieuwsgierigheid als zodanig worden aangemerkt. Want niet alleen de huisjes toonden tekenen van verwondering. Ook hun bewoners wilden eens zien, wat die vreemde snoeshaan daar op hun rustige binnenplaats in zijn schild voerde. Allengs werden deuren geopend, hier op een kier. Daar wijder, een sober, kraakzindelijk binnenhuisje tonend. Oude vrouwkes, knipperogend in het voorjaarslicht. Het hoofd een beetje scheef, zochten ons te "peilen".

Wij hebben breed glimlachend om ons heen geblikt en hebben ons daarna snel in het heden teruggetrokken. De getraliede poortvensters leken ons afkeurend na te kijken ............